Er is een nieuw soort sport ontstaan in mijn omgeving: ‘Het Grote Vermijden’. Sinds mijn scheiding en mijn herintrede op de datingmarkt, lijken vrienden en familie een cursus ‘Onopvallend Wegkijken’ te hebben gevolgd. Het probleem? Ze zijn er zo slecht in dat het pijn doet aan mijn ogen.
Het is die ongemakkelijke stilte die valt als het woord ‘weekend’ valt. Je ziet ze denken: Zal ik vragen of hij een date had? Nee, niet doen, dadelijk begint hij te huilen of vertelt hij over Tinder-trauma’s. En dus beginnen ze maar hartstochtelijk te praten over de nieuwe oprit van de buren of de tactiek van de Rode Duivels.
Alles, zolang we het maar niet over de staat van mijn hart hoeven te hebben.
Pa en de ‘Chaotische’ Kortsluiting
Mijn vader is de absolute kampioen in deze discipline. Hij wil het wel weten, echt waar. Hij probeert de moderne, betrokken vader te zijn.
“Enne… nog wat beweging op het liefdesvlak?” vraagt hij dan, terwijl hij met een overdreven interesse zijn koffie roert.
Zodra ik echter eerlijk antwoord met het woord “Chaotisch”, zie je de kortsluiting in zijn ogen. Zijn interne systeem schreeuwt: Abort mission! Danger zone! Nog voor ik kan uitleggen wat er precies chaotisch is, is hij al halverwege een verhaal over de prijs van de stookolie of een mankement aan zijn grasmachine. Het datingsleven van zijn zoon is blijkbaar een mijnenveld waar hij liever met een boog omheen loopt.
Het WhatsApp-Trauma
Ik kan het hem ergens ook niet kwalijk nemen. De laatste keer dat ik een poging deed tot transparantie, liep het faliekant af. Ik was enthousiast, ik was overtuigd, ik was… naïef. Ik stuurde een foto via WhatsApp naar de familie-groep: “Kijk eens, dit is haar!”
Twee dagen later kon ik weer een bericht sturen: “Laat maar, het is alweer voorbij.”
De stilte die daarna in die groep viel, was zo oorverovend dat je een speld kon horen vallen in een hooiberg drie dorpen verderop. Ik heb sindsdien geen foto meer gestuurd. Ik denk dat ze thuis inmiddels denken dat elke vrouw die ik ontmoet een hologram is dat na 48 uur automatisch wist.
De Onzichtbare Olifant
Het resultaat is dat we nu allemaal in een soort toneelstuk leven. Ik weet dat zij weten dat ik aan het ploeteren ben, en zij weten dat ik weet dat zij het weten. Maar we zeggen niets. We glimlachen, we praten over de zaak, we drinken en eten wat en we ontwijken de kern van de zaak met de precisie van een chirurg.
Soms wil ik midden in een gesprek gewoon roepen: “HET IS EEN RAMP OM TE DATEN, PA!”, puur om te zien of hij dan spontaan over de kleinkinderen begint.
Maar goed, zolang we maar blijven praten over koetjes en kalfjes, is er niets aan de hand, toch?

