Je bouwt een zaak op, je stuurt je personeel aan, en je denkt dat je de controle hebt. Totdat het maandagmiddag is en mijn twee vrouwelijke medewerkers besluiten dat de lunchpauze hét moment is voor een diepgaande medische en anatomische evaluatie.
Daar zit ik dan. De enige man in het pand, met een factuur in mijn hand die ineens heel onbelangrijk lijkt.
Cupmaten en Casuïstiek
Het begint vaak onschuldig. Een opmerking over een jurkje dat niet goed zit. Maar voor ik “kwartaalcijfers” kan zeggen, gaat het over de overstap van een C naar een D-cup en welke sportbeha de boel wél op de plek houdt tijdens het hardlopen. Ik probeer me heel erg te focussen op de structuur van het behang. Is dat een barstje in het pleisterwerk? Boeiend hoor, die 90-graden hoek van het plafond.
Ik heb inmiddels geleerd dat “wegkijken” een kunstvorm is. Kijk ik op mijn telefoon? Dan lijkt het alsof ik heel hard werk (terwijl ik eigenlijk alleen maar de letters ‘ASDF’ intik). Kijk ik uit het raam? Dan lijk ik een filosoof. Wat ik vooral niet doe, is oogcontact maken. Want oogcontact nodigt uit tot deelname aan het gesprek, en geloof me: ik heb niets zinnigs bij te dragen over beugels die in je zij prikken.
Het Gynaecologen-Bulletin
Maar het dieptepunt – of hoogtepunt, afhankelijk van hoe je het bekijkt – is de update over het bezoek aan de gynaecoloog. Ongeneerd. Zonder filters. “Ja, die dokter was wel vriendelijk, maar dat eendenbek-gebeuren blijft toch een dingetje, hè?”
Op dat moment bevriest mijn brein. Ik wil fysiek oplossen in de lucht. Ik overweeg even om heel hard te gaan zingen of spontaan over en nieuw gerechtje dat ik het verzonnen te beginnen, maar ik weet dat ik die strijd ga verliezen. Zij praten door alsof ik een kamerplant ben. Een kamerplant met een lichte roodverkleuring op de wangen, welteverstaan.
De Strategische Terugtocht
Het is een vreemde vorm van ongemakkelijke vriendschap. Aan de ene kant ben ik trots dat ze zich zo thuis voelen in mijn zaak dat ze alles durven te bespreken. Aan de andere kant smeek ik de goden om een mannelijke gast die binnenkomt en vraagt naar naar meer informatie. Iéts om de oestrogeen-mist te verdrijven.
Ik heb inmiddels een overlevingsstrategie: als de woorden ‘uitstrijkje’ of ‘push-up’ vallen, loop ik met een zeer dringende blik naar de bureau om een email te verwerken die er niet is.
Ploeterpapa-tip:
Soms is de werkgever zijn niet de hoogste rang in het bedrijf. Soms ben je gewoon de man die heel stil hoopt dat de lunchpauze snel voorbij is, zodat we het weer over normale dingen kunnen hebben. Zoals over de roddels in het straat. Of het weer. Alles behalve medische instrumenten, alsjeblieft.

