Aan de buitenkant ziet het er perfect uit. Als je voor mijn huis staat, zie je een plaatje dat zo in een woonmagazine kan: een mooi huis, een glimmende auto voor de deur, een gezonde zoon die vrolijk rondrent. Ik ben de buurman die altijd groet, de vriend die altijd lacht. Het “perfecte plaatje”.
Maar de laatste tijd voelt dat plaatje als een harnas dat steeds strakker gaat zitten.
De man van tefal
Jarenlang was ik een tefalpan. Wat er ook gebeurde, niets bleef plakken. Ik was de man zonder emoties, de eeuwige optimist, de rots waar iedereen tegenaan kon leunen. Ik was een matroesjka-poppetje: de buitenwereld zag alleen die gladde, beschilderde buitenkant. Wat er daaronder zat — de lagen vol twijfel, de vermoeidheid, de neerslachtigheid — hield ik zorgvuldig verborgen. Zelfs voor mezelf.
Op aanraden van mijn psychologe ben ik die lagen gaan pellen. “Draag het niet langer alleen,” zei ze. “Deel je zorgen.” Dus probeerde ik het. Ik opende de deur op een kier en liet mijn vrienden zien dat het in mijn hoofd soms een chaos is. Dat ik moe ben van het hooghouden van al die ballen.
“Je hebt toch geen reden?”
En daar kwam de klap. Vrijwel altijd krijg ik hetzelfde antwoord:
“Maar jij hebt toch helemaal geen reden om neerslachtig te zijn?”
Het is een zin die bedoeld is als relativering, maar die voelt als een diskwalificatie. Alsof mijn verdriet pas bestaansrecht heeft als mijn huis afbrandt of mijn bankrekening leeg is. Alsof een mooie auto een schild is tegen een burn-out of een depressieve bui.
Het onbegrip begrijpen
Ergens begrijp ik hen ook wel. Ik heb ze zelf jarenlang getraind om alleen die buitenkant te zien. Ze zijn gewend aan de man bij wie alles vanzelf gaat. Als ik nu zeg dat ik verzuip, kijken ze naar het kalme wateroppervlak en geloven ze me simpelweg niet. Ze zien de trappelende benen onder water niet.
Maar dat is precies wat het zo eenzaam maakt. Juist bij mijn vrienden hoopte ik de matroesjka te mogen zijn die even uit elkaar mag vallen. Zonder dat iemand de onderdelen direct weer in elkaar probeert te duwen met een “kop op” of een “kijk wat je allemaal hebt”.
De prijs van de buitenkant
Het is een harde les: materiële welvaart is geen vaccin tegen mentale kwetsbaarheid. Een mooi huis is geen garantie voor een rustig hoofd. Sterker nog, soms maakt dat ‘mooie plaatje’ de drempel om hulp te vragen alleen maar hoger. Je voelt je schuldig omdat je je rot voelt terwijl je “alles hebt”.
Ik ben niet ondankbaar. Ik ben geen aansteller. Ik bent een mens die, ondanks de mooie buitenkant, soms gewoon even diep in de put zit. En dat mag. Ook als de rest van de wereld vindt dat ik daar niets te zoeken heb.

