De spiegel van een ander (en het barstje in de mijne)

De laatste tijd voelt het alsof ik door een galerij loop waar iedereen naar een schilderij van mij kijkt, terwijl ikzelf met mijn rug naar het doek sta.

Mijn vrienden zeggen het tussen neus en lippen door: “Je haalt jezelf zo vaak naar beneden.” Mijn kinesiste stopt midden in een behandeling, kijkt me aan en zegt: “Zou je niet eens wat liever zijn voor jezelf?” En de psychologe? Die plakt er een label op dat klinkt als een onvoldoende op een rapport: een laag zelfbeeld.

Het confronteert me. En eerlijk gezegd? Het irriteert me ook een beetje. Omdat ik het zelf zo niet voel.

De dagelijkse overleving

In mijn eigen beleving sta ik rechtop. Ik draai mee in de maatschappij, ik doe mijn werk, ik ben er voor mijn zoon, ik knoop praatjes aan bij het schoolhek. Ik ben geen hoopje ellende dat in een hoekje zit te kniezen. Ik functioneer. Ik ben er.

Maar de twijfel is er natuurlijk wel. Die is er altijd geweest, gevoed door een relatie die meer weg had van een sloopkogel dan van een fundament. Als je jarenlang te horen krijgt dat je een ‘nietsnut’ bent, dan nestelt die stem zich in je hoofd. Het wordt een soort achtergrondruis die je op een gegeven moment niet eens meer hoort, totdat je beseft dat je naar de muziek van je eigen ondergang bent gaan dansen. Je gaat het geloven, simpelweg omdat de herhaling de waarheid vervangt.

De barst in het pantser

Het lastige is dat de mensen die me nu de spiegel voorhouden, mensen zijn die ik vertrouw. En juist omdat zij het zeggen, begint mijn eigen beeld te wankelen.

Als de mensen die het beste met je voorhebben allemaal dezelfde schaduw zien, kun je dan nog wel volhouden dat de zon schijnt?

Door hun opmerkingen voel ik me plotseling kwetsbaarder dan ik me in jaren heb gevoeld. De grond onder mijn voeten, waarvan ik dacht dat hij weer wat steviger was, voelt ineens weer als drijfzand. Ik begin me af te vragen: Ben ik die onzekere, aan zichzelf twijfelende man? En belangrijker nog: wil ik dat wel zijn?

De weg terug

Er zit een enorme eenzaamheid in het besef dat je eigen interne kompas misschien wel afwijkt. Dat je dacht dat je ‘gewoon’ bescheiden was, terwijl de rest van de wereld ziet dat je jezelf wegcijfert.

Ik weet nog niet hoe ik “liever voor mezelf” moet zijn. Ik weet niet hoe ik dat label van de psychologe weer van mijn voorhoofd moet krabben. Maar ik weet wel dat de eerste stap waarschijnlijk is om toe te geven dat de spiegel die zij me voorhouden, misschien wel minder vervormd is dan de spiegel die ik zelf jarenlang heb opgepoetst.

Het is een ongemakkelijke gedachte. Maar misschien is die onzekerheid wel het begin van een nieuwe versie van mezelf. Eentje die niet alleen meedraait in de maatschappij, maar er ook durft te staan. Zonder zichzelf eerst kleiner te maken om door de deur te passen.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *