Handen af van mijn opvoeding (en mijn kind)

Daar gaan mijn nekharen weer. Je kent het wel: je zit in die heerlijke, prille fase van een relatie. Alles is rozengeur en maneschijn, tot ze die ene zin uitspreekt die de sfeer in één klap bevriest: “Zou je dat niet beter anders aanpakken met hem?”

Bam. De opvoed-expert is opgestaan. En plotseling voelt mijn eigen woonkamer als een examencommissie waar ik nooit om heb gevraagd.

Ik val niet in affronten

Kijk, ik beweer niet dat ik de ‘Vader van het Jaar’-trofee op de schouw heb staan, maar volgens mij doen we het zo slecht nog niet. Ik val nergens met mijn zoon in affronten. Op school krijg ik complimenten over zijn inzet, en bij de volleybalclub is hij de eerste om een ander te helpen. Hij is sociaal, hij is beleefd, en hij weet wanneer hij ‘u’ moet zeggen.

Dus waarom die kritiek? Omdat hij thuis soms de randjes opzoekt? Omdat hij hier wel eens tegen de draad in gaat?

Een veilige haven voor een kleine rebel

Ik heb hem ooit één ding heel duidelijk gemaakt: “Iedereen wil wel eens stout zijn, kerel. Maar doe dat dan maar lekker thuis bij mij.”

Ik wil dat hij een plek heeft waar hij niet altijd de perfecte leerling of de voorbeeldige teamgenoot hoeft te zijn. Een plek waar hij zijn emoties kan lozen zonder dat de wereld over hem oordeelt. Misschien heeft hij die raad iets te letterlijk genomen — toegegeven, de muren trillen hier soms iets harder dan gepland — maar dat is ons ding. Onze dynamiek.

De grens van de prille liefde

Het is heel simpel: als je in mijn leven stapt, stap je in een rijdende trein. Ik heb de rails gelegd, de motor draaiende gehouden en we zijn nog niet ontspoord. Het is fijn dat je mee wilt reizen, maar ga niet direct aan het stuur trekken terwijl je nog niet eens weet waar de rem zit.

Mijn opvoeding is geen democratie voor voorbijgangers. Het is een ambacht waar ik elke dag aan schaaf, met vallen en opstaan. Dus zolang mijn zoon buiten de deur de beste versie van zichzelf is, doe ik blijkbaar iets heel erg goed.

Bemoei je gerust met de kleur van de gordijnen of wat we vanavond eten, maar mijn kind en hoe ik hem grootbreng? Dat is verboden terrein. En ook al is het mijn ex, hij heeft al een moeder.

Want een Ploeterpapa weet één ding zeker: mijn kind is misschien thuis wel eens een draak, maar het is wél mijn draak.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *