Soms schiet er ineens een flard tekst door mijn hoofd. Geen vrolijke oorwurm, maar een tekst die binnenkomt als een mokerhamer.
“En ik hoor het graag. Dat de tijd uiteindelijk alle wonden heelt. En ik ooit zal betreuren dat ik Iedereen met mijn ellende heb verveeld”
De tekst komt uit ‘Dat ze de mooiste is’ van Clouseau. Een prachtig nummer, maar die specifieke regels triggeren bij mij altijd een lichte vorm van kortsluiting. Waarom? Omdat ik jarenlang heb geleefd volgens dat principe. Het principe dat ik een ander niet mag ‘vervelen’ met mijn ellende.
De muur van zelfredzaamheid
In mijn hoofd was het simpel: ik had zorgen, ik had stress, en ik zat er even doorheen. Maar in plaats van een hand uit te steken, trok ik de ophaalbrug op. “Ik los dit wel alleen op,” zei ik tegen mezelf. “Waarom zou ik mijn vrienden of familie hiermee lastigvallen? Zij hebben hun eigen rugzak al vol genoeg.”
Ik dacht dat ik nobel was. Dat ik hen spaarde. Ik zag mezelf als de stille kracht die de storm alleen trotseerde.
De pijnlijke spiegel
Maar de realiteit was anders. Toen de storm uiteindelijk wat ging liggen en ik weer boven water kwam, kreeg ik niet de schouderklopjes die ik had verwacht. In plaats daarvan kreeg ik de spiegel voorgehouden.
Mijn omgeving vond mijn stilzwijgen niet nobel. Ze vonden het egoïstisch.
Dat kwam hard aan. Hoe kon het ‘zelfzuchtig’ zijn om iemand niet lastig te vallen? Maar gaandeweg begreep ik het: door in hun plaats te beslissen dat zij mijn zorgen niet aankonden, nam ik hen hun rol als vriend of familie af. Ik ontnam hen de kans om er voor me te zijn. Ik hield hen buiten de deur terwijl zij zagen dat het binnen brandde, maar de sleutel niet kregen.
De les van de ploeterpapa
Die tekst van Clouseau herinnert me er nu aan dat “vervelen met ellende” vaak een excuus is om de confrontatie met je eigen kwetsbaarheid niet aan te gaan. Het is makkelijker om te zwijgen en te ploeteren in je eentje, dan om toe te geven: “Ik red het even niet alleen.”
Echte kracht zit niet in het uitsluiten van de mensen die van je houden. Het zit in het besef dat gedeelde ellende geen last is voor een ander, maar een lijm die relaties sterker maakt.
Dus, als Koen Wauters de volgende keer weer in mijn hoofd zingt, zie ik het als een waarschuwing: laat de tijd de wonden helen, maar doe het niet in je eentje in een donkere kamer.

